Stikstofdepositieberekening

Stikstofdepositie kan optreden als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen door de inzet van bijvoorbeeld (bouw-/sloop-)materieel of (stook-)installaties en/of vanwege verkeersbewegingen van en naar een planlocatie.

Een project/activiteit kan bijvoorbeeld

Voorafgaand aan het uitvoeren van een project/activiteit dient met een stikstofdepositie berekening te worden aangetoond of dit initiatief geen relevante bijdrage heeft op een beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied) in een zogeheten voortoets. Dit zou namelijk een ‘Natura-2000 vergunning’ noodzakelijk kunnen maken.

Een project/activiteit kan bestaan uit het slopen van een object, het ontwikkelen van een bedrijfsterrein, het bouwen en/of in gebruik nemen van een woning of bedrijfsgebouwen of het uitvoeren van milieubelastende activiteiten.

Voor al deze onderdelen dient met een stikstofdepositie berekening te worden aangetoond dat de activiteit geen significante gevolgen heeft op de instandhouding van de Natura 2000-gebieden. Een dergelijke stikstofdepositie berekening moet dan ook bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gevoegd.

Om de stikstofdepositie van de

Projectaanpak

Om de stikstofdepositie van de sloop-, aanleg of gebruiksfase te kunnen bepalen wordt samen met de opdrachtgever beoordeeld welke bronnen van belang kunnen zijn en met welke intensiteit deze bronnen worden ingezet. Op basis daarvan wordt met de laatste versie van de Aerius Calculator de stikstofdepositie berekend en daarmee of deze bronnen een bijdrage hebben op een Natura 2000-gebied en in hoeverre significante gevolgen op een Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten.

Indien uit de voortoets blijkt dat sprake is van een stikstofdepositie worden met de opdrachtgever de vervolgstappen vastgesteld. Dit kan afhankelijk van de situatie betekenen dat onderzoek gedaan wordt naar emissiereductie (mitigerende maatregelen) in het beoogde project dan wel moet worden overgaan naar het opstellen van een zogeheten passende beoordeling. Een dergelijke vervolgaanpak leidt in de meeste gevallen tot een aanvraag omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit.

Bij een passende beoordeling wordt eerst onderzocht of significante gevolgen als gevolg van de depositie kunnen worden uitgesloten door toepassing van intern salderen. Hierbij wordt op basis van een historisch onderzoek vastgesteld in hoeverre aanspraak kan worden gemaakt op een referentiesituatie, ofwel op bestaande rechten waarmee een stikstofdepositie of project alsnog is toegestaan en mogelijk wordt gemaakt.

Indien ook een passende beoordeling geen oplossing biedt gaan we in overleg om te kijken naar de mogelijkheden voor een passende beoordeling met extern salderen waarbij stikstofrechten gekocht worden van derden of in hoeverre op basis van een ecologisch onderzoek kan worden aangetoond dat geen sprake is van significante gevolgen voor het betreffende Natura-2000 gebied.

Indien het niet mogelijk is

Actualiteit

De ontwikkelingen op het gebied van stikstof zijn zeer actueel en zijn continu aan wijzigingen onderhevig. Ons advies wordt gebaseerd op de dan geldende Nederlandse wet- en regelgeving en is afgestemd op jurisprudentie op het gebied van stikstofdepositie onderzoek.

Luchtkwaliteitsonderzoek

Luchtkwaliteitsonderzoek

Vanwege het uitvoeren van activiteiten die plaatsvinden op een projectlocatie kunnen mogelijk stoffen vrijkomen zoals fijnstof (PM10 en PM2,5), stikstofoxide(n), koolmonoxide, benzeen, lood en zwaveldioxide. Denk hierbij aan de inzet van voertuigen/materieel dat wordt aangedreven met fossiele brandstoffen, aan verkeer dat van en naar een locatie rijdt of het uitvoeren van processen waarbij deze stoffen vrijkomen.

Aanleiding voor een luchtkwaliteitsonderzoek vormt vaak een aanvraag om vergunning of melding in het kader van de Omgevingswet. Met een luchtkwaliteitsonderzoek wordt bepaald of dat bij het uitvoeren van (milieubelastende) activiteiten aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Daarnaast kan een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd worden ten behoeve van het opstellen van een omgevingsplan.

Een luchtkwaliteitsonderzoek wordt uitgevoerd met een computermodel gebaseerd op rekenmethode ISL3a. Op basis van door de opdrachtgever aangegeven activiteiten en gebaseerd op uitgangspunten uit de aanvraag of bijvoorbeeld een akoestische onderzoek of stikstofdepositie onderzoek, worden de emissiebronnen en relevante beoordelingspunten vastgesteld. Op dit moment behoeven enkel stikstofdioxide (NOx) en fijnstof (PM10) te worden beoordeeld.

Op grond van het luchtkwaliteitsonderzoek wordt bepaald of voor stikstofdioxide en fijnstof voldaan kan worden aan de omgevingswaarden. Bij een activiteit wordt in eerste instantie beoordeeld of de immissies minder dan 3% van de nieuwe omgevingswaarde bedragen.

Indien de 3% wordt overschreden, moet aanvullend worden getoetst of de jaargemiddelde concentratie en het aantal overschrijdingsdagen niet worden overschreden dan wel toenemen. Wanneer geen toename wordt berekend kan worden gesteld dat ook aan de omgevingswaarden voor de overige componenten kan worden voldaan.

Bij onze berekeningen wordt eveneens een doorkijk gemaakt naar de aangescherpte EU-luchtwaliteitseisen van 2030.

Wil je advies over depositieonderzoeken?

  • In heel Nederland

  • Vrijblijvende prijsopgave